La fois
[gender: feminine]
01
keer, gelegenheid
occurrence simultanée ou équivalente d'événements
Voorbeelden
Ces deux solutions valent à la fois.
Deze twee oplossingen gelden tegelijkertijd.
02
keer, gelegenheid
occurrence d'un événement dans une série
Voorbeelden
Rappelle -moi une autre fois.
Herinner me een andere keer.



























