Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La femme
[gender: feminine]
01
vrouw, mevrouw
personne adulte de sexe féminin, par opposition à homme
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
femmes
Voorbeelden
C' est une femme forte et indépendante.
Zij is een sterke en onafhankelijke vrouw.
02
vrouw, echtgenote
personne avec qui un homme est marié, dans un couple
Voorbeelden
Il a offert un cadeau à sa femme pour son anniversaire.
Hij gaf zijn vrouw een cadeau voor haar verjaardag.



























