Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La femme
01
vrouw, mevrouw
personne adulte de sexe féminin, par opposition à homme
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
femmes
Voorbeelden
Cette femme travaille dans un hôpital.
Deze vrouw werkt in een ziekenhuis.
02
vrouw, echtgenote
personne avec qui un homme est marié , dans un couple
Voorbeelden
Il vit avec sa femme depuis vingt ans.
Hij woont al twintig jaar bij zijn vrouw.



























