Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
faible
01
zwak (in)
qui manque de compétence dans un domaine particulier
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus faible
vergrotende trap
plus faible
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
faible
mannelijk meervoud
faibles
vrouwelijk enkelvoud
faible
vrouwelijk meervoud
faibles
Voorbeelden
Je suis faible en calcul mental.
Ik ben zwak in hoofdrekenen.
02
zwak, zacht
qui manque d'intensité ou de volume
Voorbeelden
J'entends un faible bruit dans la pièce voisine.
Ik hoor een zwak geluid in de volgende kamer.
03
zwak, broos
qui a peu de force physique, fragile
Voorbeelden
Après sa maladie, elle est encore faible.
Na haar ziekte is ze nog steeds zwak.



























