Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
faciliter
01
vergemakkelijken, vereenvoudigen
rendre quelque chose plus simple ou moins difficile
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
facilite
1e persoon meervoud
facilitons
1e persoon toekomende tijd
faciliterai
onvoltooid deelwoord
facilitant
voltooid deelwoord
facilité
1e persoon meervoud imperfectum
facilitions
Voorbeelden
Le guide facilite l' orientation dans la ville.
De gids vergemakkelijkt de oriëntatie in de stad.



























