Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
exagérer
01
overdrijven, opblazen
présenter quelque chose comme plus grand, plus important ou plus grave qu'il ne l'est vraiment
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
exagère
1e persoon meervoud
exagérons
1e persoon toekomende tijd
exagérerai
onvoltooid deelwoord
exagérant
voltooid deelwoord
exagéré
1e persoon meervoud imperfectum
exagérions
Voorbeelden
Nous ne devons pas exagérer les problèmes.
We moeten de problemen niet overdrijven.
02
overdrijven, te ver gaan
aller trop loin dans une action, dépasser la mesure
Voorbeelden
Tu exagères si tu dépenses tout ton argent en un jour.
Je overdrijft als je al je geld in één dag uitgeeft.



























