Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
escalader
01
beklimmen, opklimmen
monter en utilisant un support vertical (mur, échelle)
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
escalade
1e persoon meervoud
escaladons
1e persoon toekomende tijd
escaladerai
onvoltooid deelwoord
escaladant
voltooid deelwoord
escaladé
1e persoon meervoud imperfectum
escaladions
Voorbeelden
Le voleur a escaladé le mur de 3 mètres.
De dief klom over de muur van 3 meter.
02
beklimmen, klimmen
gravir une montagne ou une paroi rocheuse avec effort
Voorbeelden
Nous escaladerons la face nord demain.
Morgen zullen we de noordwand beklimmen.



























