Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ennuyer
01
lastigvallen, storen
causer de l'inconfort ou déranger quelqu'un
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
ennuie
1e persoon meervoud
ennuyons
1e persoon toekomende tijd
ennuierai
onvoltooid deelwoord
ennuyant
voltooid deelwoord
ennuyé
1e persoon meervoud imperfectum
ennuyions
Voorbeelden
Ce bruit commence à ennuyer les voisins.
Dit geluid begint de buren te storen.
02
vervelen, vervelen
causer de l'ennui, rendre quelqu'un fatigué ou désintéressé
Voorbeelden
Cette activité m' ennuie rapidement.
Deze activiteit verveelt me snel.
03
zich vervelen
ressentir de l'ennui ou de la fatigue à cause du manque d'intérêt
Voorbeelden
Nous nous ennuyons sans rien à faire.
We vervelen ons als er niets te doen is.



























