empĂȘcher
Pronunciation
/ɑ̃peʃe/

Definitie en betekenis van "empĂȘcher"in het Frans

empĂȘcher
01

voorkomen, verhinderen

faire en sorte que quelque chose ne puisse pas arriver
empĂȘcher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
empĂȘche
1e persoon meervoud
empĂȘchons
1e persoon toekomende tijd
empĂȘcherai
onvoltooid deelwoord
empĂȘchant
voltooid deelwoord
empĂȘchĂ©
1e persoon meervoud imperfectum
empĂȘchions
Voorbeelden
Elle a essayĂ© de l' empĂȘcher de partir.
Ze probeerde hem te verhinderen te vertrekken.
02

zich inhouden, zich onthouden

se retenir de faire quelque chose mĂȘme si on en a envie
empĂȘcher definition and meaning
Voorbeelden
Je n' ai pas pu m' empĂȘcher de lui dire la vĂ©ritĂ©.
Ik kon het niet laten om hem de waarheid te vertellen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store