Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
dormir
01
slapen
être dans un état de repos où l'on cesse d'être conscient
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
dors
1e persoon meervoud
dormons
1e persoon toekomende tijd
dormirai
onvoltooid deelwoord
dormant
voltooid deelwoord
dormi
1e persoon meervoud imperfectum
dormions
Voorbeelden
Les enfants dorment déjà.
De kinderen slapen al.
02
braakliggen
rester inutilisé dans un compte bancaire ou un investissement
Voorbeelden
Une grosse somme dort depuis des années dans ce livret.
Een groot bedrag slaapt al jaren op deze spaarrekening.



























