Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
diversifier
01
diversifiëren, variëren
changer quelque chose pour y ajouter plus de variété
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
diversifie
1e persoon meervoud
diversifions
1e persoon toekomende tijd
diversifierai
onvoltooid deelwoord
diversifiant
voltooid deelwoord
diversifié
1e persoon meervoud imperfectum
diversifiions
Voorbeelden
Nous devons diversifier nos sources d' énergie.
We moeten onze energiebronnen diversifiëren.
02
diversifiëren, variëren
devenir plus varié dans ses activités ou ses produits
Voorbeelden
Cette marque de vêtements s' est diversifiée en lançant une gamme de parfums.
Dit kledingmerk heeft zich gediversifieerd door een parfumlijn te lanceren.



























