Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le compagnon
01
gezel, levenspartner
personne avec qui on partage sa vie ou ses activités, souvent utilisée pour parler d'un partenaire de vie
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
compagnons
Voorbeelden
Il cherche un compagnon pour voyager autour du monde.
Hij zoekt een metgezel om de wereld rond te reizen.



























