cohabiter
cohabiter
kɔabit̪e
kawabite

Definitie en betekenis van "cohabiter"in het Frans

cohabiter
01

samenwonen, samenleven

vivre ensemble dans le même logement sans être mariés forcément 
cohabiter definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
cohabite
1e persoon meervoud
cohabitons
1e persoon toekomende tijd
cohabiterai
onvoltooid deelwoord
cohabitant
voltooid deelwoord
cohabité
1e persoon meervoud imperfectum
cohabitions
Voorbeelden
Ils cohabitent depuis deux ans. 

Ze wonen samen sinds twee jaar.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store