Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
cacher
01
verbergen, verstoppen
mettre quelque chose hors de vue pour qu'on ne le voie pas
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
cache
1e persoon meervoud
cachons
1e persoon toekomende tijd
cacherai
voltooid deelwoord
caché
1e persoon meervoud imperfectum
cachions
Voorbeelden
Les enfants cachent leur surprise pour l' anniversaire.
De kinderen verbergen hun verrassing voor de verjaardag.
02
verbergen, bedekken
mettre quelque chose devant un objet pour qu'on ne le voie pas
Voorbeelden
Les nuages cachent le soleil.
De wolken verbergen de zon.
03
verbergen, verstoppen
ne pas montrer ou révéler quelque chose
Voorbeelden
Ils cachent les documents importants dans un coffre.
Ze verbergen de belangrijke documenten in een kluis.



























