Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
briller
01
schijnen
émettre ou réfléchir une lumière vive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
brille
1e persoon meervoud
brillons
1e persoon toekomende tijd
brillerai
onvoltooid deelwoord
brillant
voltooid deelwoord
brillé
1e persoon meervoud imperfectum
brillions
Voorbeelden
Les étoiles brillent dans le ciel nocturne.
De sterren stralen aan de nachtelijke hemel.



























