Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La bosse
01
bult, zwelling
une protubérance ou un gonflement sur une surface, souvent sur le corps après un choc
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
bosses
Voorbeelden
Il a une bosse sur le front après être tombé.
Hij heeft een bult op zijn voorhoofd na het vallen.
02
bult, hoogte
renflement naturel sur le dos d'un animal
Voorbeelden
Le chameau a deux bosses, le dromadaire n'en a qu'une.
De kameel heeft twee bulten, de dromedaris heeft er maar één.
03
drempel, verkeersdrempel
petite élévation sur la route qui fait ralentir les véhicules
Voorbeelden
La voiture a ralenti en passant sur la bosse.
De auto vertraagde bij het passeren van de verkeersdrempel.
04
talent, gave
une capacité naturelle ou un talent pour quelque chose
Voorbeelden
Il a une bosse pour les maths depuis son enfance.
Hij heeft sinds zijn jeugd een aanleg voor wiskunde.



























