le bonbon
bonbon
bɔ̃bɔ̃
bawbaw

Definitie en betekenis van "bonbon"in het Frans

01

snoepje, snoep

petite confiserie sucrée, souvent aux fruits ou au chocolat 
le bonbon definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
singular
not gender specific
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
bonbons
Voorbeelden
J'ai offert un bonbon à l'enfant qui pleurait. 

Ik gaf een snoepje aan het huilende kind.

01

snoeproze, zoet roze

de couleur rose doux  et sucré , évoquant les confiseries 
bonbon definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus bonbon
vergrotende trap
plus bonbon
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
bonbon
mannelijk meervoud
bonbon
vrouwelijk enkelvoud
bonbon
vrouwelijk meervoud
bonbon
domein
couleur, style, confiserie
Voorbeelden
Elle a choisi un vernis à ongles bonbon pour l'été. 

Ze koos een nagellak in snoep-kleur voor de zomer.

LanGeek

Download onze mobiele app

Lexicale Boom

bonbon

bon

+

bon

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store