Le besoin
[gender: masculine]
01
behoefte,verlangen, احتیاج
envie ou désir ressentis
Voorbeelden
Les enfants ont souvent le besoin d' attention.
Kinderen hebben vaak de behoefte aan aandacht.
02
behoefte, noodzaak
nécessité, ce qui est indispensable
Voorbeelden
Elle ressent le besoin de se reposer.
Ze voelt de behoefte om uit te rusten.
Les besoins
[gender: plural]
01
lichamelijke behoeften, fysiologische behoeften
actions liées à l'élimination des déchets corporels
Voorbeelden
Les besoins doivent être effectués régulièrement pour rester en bonne santé.
De behoeften moeten regelmatig worden vervuld om gezond te blijven.



























