Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le beau-père
01
schoonvader, vader van de echtgenoot
père de son mari ou de sa femme
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
beaux-pères
Voorbeelden
Mon beau-père est très gentil avec moi.
Mijn schoonvader is erg aardig voor mij.
02
stiefvader, stiefvader
mari de sa mère, qui n'est pas son père biologique
Voorbeelden
Mon beau-père m'a élevé depuis que j'ai cinq ans.
Mijn stiefvader heeft me opgevoed sinds ik vijf jaar oud was.



























