Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
autonome
01
autonoom, onafhankelijk
capable d'agir ou de fonctionner sans dépendre des autres
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus autonome
vergrotende trap
plus autonome
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
autonome
mannelijk meervoud
autonomes
vrouwelijk enkelvoud
autonome
vrouwelijk meervoud
autonomes
Voorbeelden
Mon enfant est autonome : il prépare son petit-déjeuner seul.
Mijn kind is zelfstandig: hij maakt zijn ontbijt alleen klaar.



























