Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
apparaître
01
verschijnen
devenir visible ou commencer à se montrer
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
apparais
1e persoon meervoud
apparaissons
1e persoon toekomende tijd
apparaîtrai
onvoltooid deelwoord
apparaissant
voltooid deelwoord
apparu
1e persoon meervoud imperfectum
apparaissions
Voorbeelden
Un arc-en-ciel est apparu après la pluie.
Na de regen verscheen er een regenboog.



























