Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
L'anneau
01
ring, band
bague fine, souvent sans pierre
Voorbeelden
Il porte un anneau en argent au pouce.
Hij draagt een zilveren ring om zijn duim.
02
ring, kring
un petit cercle rigide, en métal ou autre matière
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
anneaux
Voorbeelden
Il a fixé la corde à un anneau au mur.
Hij bevestigde het touw aan een ring aan de muur.



























