Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
angélique
01
engelachtig, als een engel
qui a des qualités ou un aspect ressemblant à un ange
Voorbeelden
L' enfant jouait avec un comportement angélique.
Het kind speelde met een engelachtig gedrag.
02
hemels, goddelijk
qui évoque le ciel ou le divin, très pur ou spirituel
Voorbeelden
Elle avait une grâce angélique en marchant dans le jardin.
Ze had een engelachtige gratie tijdens het wandelen in de tuin.



























