Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
amuser
01
zich vermaken, zich amuseren
prendre du plaisir en faisant une activité agréable
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
amuse
1e persoon meervoud
amusons
1e persoon toekomende tijd
amuserai
onvoltooid deelwoord
amusant
voltooid deelwoord
amusé
1e persoon meervoud imperfectum
amusions
Voorbeelden
Tu t' amuses avec tes amis ?
Vermaak je je met je vrienden?



























