01
gemakkelijk, eenvoudig
qui peut être fait sans difficulté ou effort
Voorbeelden
Un accès aisé à l' information est essentiel.
Een gemakkelijke toegang tot informatie is essentieel.
02
welgesteld, bemiddeld
qui dispose de ressources financières confortables
Voorbeelden
Un milieu aisé peut offrir plus d' opportunités.
Een welgestelde omgeving kan meer kansen bieden.
03
ontspannen, zorgeloos
qui est à l'aise, sans inquiétude ou contrainte
Voorbeelden
Elle mène une existence aisée, loin des soucis.
Ze leidt een zorgeloos bestaan, ver van zorgen.



























