aigrir
Pronunciation
/ɛɡʁˈiʁ/

Definitie en betekenis van "aigrir"in het Frans

aigrir
01

verbitteren, irriteren

rendre quelqu'un de mauvaise humeur
aigrir definition and meaning
Voorbeelden
Les retards répétés aigrissent tout le monde.
Herhaalde vertragingen ergeren iedereen.
02

verzuren, bederven

devenir acide ou désagréable au goût
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
aigris
1e persoon meervoud
aigrissons
1e persoon toekomende tijd
aigrirai
onvoltooid deelwoord
aigrissant
voltooid deelwoord
aigri
1e persoon meervoud imperfectum
aigrissions
Voorbeelden
La sauce va aigrir si tu ajoutes trop de vinaigre.
De saus zal zuur worden als je te veel azijn toevoegt.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store