Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
acquƩrir
01
verwerven, verkrijgen
obtenir progressivement une compĆ©tence, une connaissance ou une habitudeĀ
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
acquiers
1e persoon meervoud
acquƩrons
1e persoon toekomende tijd
acquerrai
onvoltooid deelwoord
acquƩrant
voltooid deelwoord
acquis
1e persoon meervoud imperfectum
acquƩrions
Voorbeelden
Il a acquis de l'expĆ©rience au fil des annĆ©es.Ā
Hij verwierf ervaring in de loop der jaren.
02
verwerven, verkrijgen
devenir propriĆ©taire de quelque chose, l'obtenir par achat ou Ć©changeĀ
Voorbeelden
Il a acquis une maison Ć Paris.Ā
Hij heeft een huis in Parijs verworven.
03
verdienen, winnen
obtenir ou mĆ©riter l'affection, la confiance ou l'estime de quelqu'unĀ
Voorbeelden
Il a acquis la confiance de ses collĆØgues.Ā
Verkreeg het vertrouwen van zijn collega's.



























