Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
accroître
01
verhogen
augmenter en quantité, en intensité ou en importance
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
accrois
1e persoon meervoud
accroissons
1e persoon toekomende tijd
accroîtrai
onvoltooid deelwoord
accroissant
voltooid deelwoord
accru
1e persoon meervoud imperfectum
accroissions
Voorbeelden
Nous voulons accroître notre rendement cette année.
We willen onze productiviteit dit jaar verhogen.
02
verhogen, versterken
rendre plus grand ou plus fort
Voorbeelden
Ce projet a accru le prestige de l' université.
Dit project verhoogde het aanzien van de universiteit.



























