respirationrincer
van 7
respirationrincer
respiration[n]
respirer[v]

ademhalen,lucht inademen

responsabilité[n]

verantwoordelijkheid,verplichting

responsable[adj][n]

verantwoordelijk,hoofd • manager,verantwoordelijke

ressembler[v]

lijken op

ressentiment[n]

wrok,verbittering

ressentir[v]

voelen,ervaren

ressort[n]

veer,springveer

ressortissant[n]
ressource[n]

hulpbron,middel

ressources humaines[n]

human resources,personeelsbeheer

restaurant[n]

restaurant,eetgelegenheid

restaurant universitaire[n]

universiteitsrestaurant,studentencafetaria

restauration[n]

restauratie,herstel

restaurer[v]

herstellen,restaureren

rester[v]

blijven,verblijven

rester en plan[phrase]
rester les bras croisés[phrase]
restes[n]

restjes,overgebleven eten

restituer[v]
restreint[adj]

beperkt,beperkt

résultat[n]

resultaat,uitkomst

résulter[v]
résumer[v]

samenvatten,resumeren

rétablir[v]

herstellen,terugzetten

rétablissement[n]

herstel,wederopbouw

retard[n]
retarder[v]

vertragen,uitstellen

retenir[v]

vasthouden,bewaren

retentissement[n]
réticence[n]

terughoudendheid,aarzeling

réticent[adj]

terughoudend,weerbarstig

retombées[n]

gevolgen,gevolgen

retoucher[v]

retoucheren,licht corrigeren

retour[n]

terugkeer,retour

retour en arrière[n]

flashback,terugblik

retourner[v]

omdraaien,omkeren

retracer[v]

schetsen,omschrijven

retraite[n]
retraité[n]

gepensioneerde,pensionado

retrancher[v]

afsnijden,verwijderen

retransmettre[v]

doorsturen,opnieuw verzenden

retransmission[n]

herhaling,uitgestelde uitzending

rétrécir[v]

krimpen,inkrimpen

rétribuer[v]
rétro[adj]

retro,vintage

retrouver[v]

terugvinden,weer vinden

rétroviseur[n]
réunion[n]

vergadering,bijeenkomst

réunir[v]
réussi[adj]

geslaagd,succesvol

réussir[v]

slagen,een doel bereiken

réussite[n]

succes

revanche[n]
rêve[n]

droom,dromerij

réveil[n]
réveiller[v]

wakker worden,wekken

révélateur[n][adj]
révélation[n]

openbaring,onthulling

révéler[v]

onthullen,openbaren

revendication[n]

eis,aanspraak

revenir[v]

terugkomen

revenu[n]

inkomen,inkomsten

rêver[v]

dromen van,verlangen naar

revers[n]
revêtement[n]
revêtement de sol[n]

vloerbedekking,vloerbekleding

revêtir[v]
rêveur[adj][n]

dromerig,verstrooid • dromer,fantast

réviser[v]

herzien,corrigeren

revoir[v][n]

weerzien,opnieuw ontmoeten • weerzien,nieuwe kijk

révoltant[adj]

verontwaardigend,walgelijk

révolter[v]

in opstand komen,rebelleren

révolution[n]

revolutie,omwenteling

révolutionner[v]
révoquer[v]
revue[n]

tijdschrift,periodieke uitgave

rez-de-chaussée[n]

begane grond,parterre

rhétorique[n][adj]

retorica,welsprekendheid • retorisch,redekunstig

rhinocéros[n]

neushoorn,neushoorns

rhinoplastie[n]

neuscorrectie,rhinoplastiek

rhum[n]

rum,suikerrietbrandewijn

rhume[n]

verkoudheid,neusverkoudheid

riche[adj]

rijk,welgesteld

richesse[n]

rijkdom,overvloed

rickshaw[n]

riksja,fietstaxi

ride[n]

rimpel,plooi

ridé[adj]

gerimpeld,geplooid

rideau[n]

gordijn,gordijn (raam)

rideau de douche[n]

douchegordijn,badkamergordijn

ridicule[adj]

belachelijk,absurd

rien[pron][n]
riff[n]

riff,korte herhaalde muzikale frase

rigide[adj]

stijf,onbuigzaam

rigolade[n]

lach,gelach

rigoler[v]

grappen maken,lachen

rigoureux[adj]

streng,nauwgezet

rigueur[n]

strengheid,nauwkeurigheid

rime[n]

rijm,rijm

rincer[v]

spoelen,met water schoonmaken

LanGeek
Download de App