barreaubiberon
van 6
barreaubiberon
barreau[n]
barrette[n]

haarklem,haarspeld

barricader[v]
barrière[n]

barrière,hindernis

bas[adj][adv][n]

laag,kort • laag,naar beneden • kousen,lange kousen

bas résille[n]

visnetkousen,kousen met netmotief

bas-fond[n]
bascule[n]

weegschaal,balans

base de données[n]
base de teint[n]

make-upbasis,basis

baseball[n]

honkbal

baser[v]

baseren op,grondvesten op

basilic[n]

basilicum,aromatisch kruid

basket[n]

basketbal,basket

baskets[n]

sportschoenen,sneakers

basse[adj][n]

laag,diep • bas,basgitaar

bassin[n]

bekken,wasbak

bassine[n]

kom,bassin

bassiste[n]

bassist,basspeler

basson[n]

fagot,bassoon

bataille[n]

slag,gevecht

bateau[n]

boot,schip

bateau de croisière[n]

cruiseschip,toeristenschip

bâtiment[n]

gebouw,bouwwerk

bâtir[v]

bouwen,oprichten

bâtir des châteaux en espagne[phrase]
bâtonnet de mozzarella[n]

mozzarellastokje,mozzarellastaaf

bâtonnet de poulet[n]

kipstaafje,kipstick

batracien[n]
battement[n]

slag,klopping

batterie[n]

drumstel,drumset

batteur[n]

drummer,percussionist

batteur électrique[n]

elektrische mixer,elektrische klopper

battre[v]

slaan,meppen

battre à plates coutures[phrase]
baume[n]

balsem,zalf

baume à lèvres[n]

lippenbalsem,lippenzalf

bavard[adj]

praatgraag,spraakzaam

bavarder[v]

babbelen,kletsen

beagle[n]

beagle,beaglehond

beatbox[n]
beau[adj][n]

mooi,knap • schoonheid,pracht

beau-frère[n]

zwager,schoonbroer

beau-parent[n]
beau-père[n]

schoonvader,vader van de echtgenoot

beaucoup[adv][pron]

zeer,veel • velen,veel dingen

beaujolais[n]
beauté[n]

schoonheid,pracht

beaux-arts[n]

beeldende kunst,kunst

bébé[n]

baby,peuter

bec[n]

snavel,vogelsnavel

bêche[n]

spade,schep

bêcher[v]

graven,spitten

bégaiement[n]

stotteren,hakkelen

bégayer[v]

stotteren,hakkelen

beige[adj]

beige,beigekleurig

beignet[n]

oliebol,donut

beignet d'oignon[n]

uienring,uienschijf

bêler[v]

blaten,het geluid van een schaap of geit maken

belette[n]
belge[adj][n]

Belgisch,Belgisch • Belg,Belgische

belgique[n]

België

belle-famille[n]

familie van de echtgenoot,schoonouders

belle-fille[n]

schoonzoon,vrouw van de zoon

belle-mère[n]

schoonmoeder,moeder van de echtgenoot

belle-sœur[n]

schoonzus,zus van de echtgenoot

belligérance[n]
béluga[n]

beloega,witte walvis

bénéfice[n]

winst,voordeel

bénéficier[v]

profiteren van,genieten van

bénévolat[n]

vrijwilligerswerk,vrijwillige arbeid

bénévole[adj][n]

vrijwillig,onbezoldigd • vrijwilliger

bénin[n][adj]

Benin,Republiek Benin • goedaardig,niet ernstig

benne[n]
béquille[n]

kruk,okselsteun

berceau[n]

wieg,babywieg

berceuse[n]

slaapliedje,wiegelied

béret[n]

barett,ronde platte hoed

berge[n]
berger allemand[n]

Duitse herder,Duitse herdershond

berline[n]

sedan,gesloten auto

bermuda[n]

bermuda,bermudashort

besoin[n]

behoefte,verlangen

bestiole[n]
bétail[n]

vee,veestapel

bête[adj]

dom,stom

bête de somme[n]

lastdier,pakdier

bêtise[n]

domheid,onzin

béton[n]

beton,gewapend beton

béton armé[n]

gewapend beton,versterkt beton

bette à carde[n]

snijbiet,Zwitserse snijbiet

betterave[n]

biet,rode biet

beur[n]

in Frankrijk geboren Arabier,Franse Arabier van Noord-Afrikaanse afkomst

beurre[n]

boter,roomboter

beurré[adj]

geboterd,met boter bestreken

beurre corporel[n]

body butter,lichaamsboter

beurrer[v]
beurrier[n]

botervloot,boterpot

bibelot[n]
biberon[n]

flesje,zuigfles

LanGeek
Download de App