Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pronosticar
01
voorspellen, voorzeggen
predecir el futuro o el resultado de algo basándose en datos, señales o experiencia
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
pronostico
3e persoon enkelvoud
pronostica
onvoltooid deelwoord
pronosticando
onvoltooid verleden tijd
pronosticó
voltooid deelwoord
pronosticado
Voorbeelden
El meteorólogo pronosticó lluvia para mañana.
De meteoroloog voorspelde regen voor morgen.



























