Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
averiar
01
kapotgaan, stukgaan
dejar de funcionar un vehículo o máquina de forma repentina
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
averío
3e persoon enkelvoud
avería
onvoltooid deelwoord
averiando
onvoltooid verleden tijd
averió
voltooid deelwoord
averiado
Voorbeelden
Me temo que el autobús se va a averiar con este frío.
Ik ben bang dat de bus kapot gaat in deze kou.



























