Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
destripar
01
ontweiden, uitbenen
abrir el vientle de un animal para sacar las tripas
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
destripo
3e persoon enkelvoud
destripa
onvoltooid deelwoord
destripando
onvoltooid verleden tijd
destripó
voltooid deelwoord
destripado
Voorbeelden
El pescador destripó la lubina en el muelle.
De visser ontweede de zeebaars op de kade.



























