Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pastar
01
grazen, weiden
comer hierba o plantas que crecen en el campo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
pasto
3e persoon enkelvoud
pasta
onvoltooid deelwoord
pastando
onvoltooid verleden tijd
pastó
voltooid deelwoord
pastado
Voorbeelden
Los ciervos pastan al amanecer y al atardecer.
Herten grazen bij zonsopgang en zonsondergang.



























