Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
recaer
01
terugvallen, weer ziek worden
volver a caer enfermo o tener síntomas después de un período de mejoría
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
recaigo
3e persoon enkelvoud
recaé
onvoltooid deelwoord
recaendo
onvoltooid verleden tijd
recayó
voltooid deelwoord
recaído
Voorbeelden
Su cáncer recayó después de cinco años en remisión.
Zijn kanker recidiveerde na vijf jaar in remissie.
02
toevallen, berusten
corresponder o pasar una responsabilidad, autoridad o derecho a una persona o entidad
Voorbeelden
La responsabilidad final recaerá sobre el director del proyecto.
De uiteindelijke verantwoordelijkheid zal rusten op de projectdirecteur.



























