invocar
in
im
im
vo
bo
bo
car
ˈkaɾ
kar
emigrarcalamaracertarenfocar

Definitie en betekenis van "invocar"in het Spaans

invocar
01

aanroepen, zich beroepen op

hacer referencia a algo o apoyarse en ello para sustentar un argumento o acción 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
invoco
3e persoon enkelvoud
invoca
onvoltooid deelwoord
invocando
onvoltooid verleden tijd
invocó
voltooid deelwoord
invocado
Voorbeelden
El abogado invocó la ley para defender a su cliente. 

De advocaat beriep zich op de wet om zijn cliënt te verdedigen.

02

aanroepen

llamar a espíritus, deidades o fuerzas sobrenaturales mediante rituales o palabras mágicas 
Voorbeelden
El chamán invocó a los espíritus de los antepasados. 

De sjamaan riep de geesten van de voorouders op.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store