Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
instruir
01
onderwijzen
enseñar o transmitir conocimientos o habilidades a alguien
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
instruyo
3e persoon enkelvoud
instruye
onvoltooid deelwoord
instruyendo
onvoltooid verleden tijd
instruyó
voltooid deelwoord
instruido
Voorbeelden
La entrenadora instruye a los atletas en técnicas avanzadas.
De coach instrueert de atleten in geavanceerde technieken.
02
informeren, instructies geven
dar instrucciones, información detallada o directrices a alguien
Voorbeelden
Te voy a instruir sobre cómo responder a las preguntas de la contraparte.
Ik ga je instructies geven over hoe je de vragen van de tegenpartij moet beantwoorden.



























