Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
informar
01
informeren, mededelen
comunicar noticias, datos o información a alguien
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
informo
3e persoon enkelvoud
informa
onvoltooid deelwoord
informando
onvoltooid verleden tijd
informó
voltooid deelwoord
informado
Voorbeelden
La policía informó a la familia del accidente.
De politie informeerde de familie over het ongeluk.
02
zich informeren
adquirir noticias o conocimientos por cuenta propia sobre un asunto
Voorbeelden
Debemos informarnos mejor sobre el tema.
We moeten ons beter informeren over het onderwerp.



























