enganchar
en
en
en
gan
gan
gan
char
ˈʧaɾ
char
ensanchar

Definitie en betekenis van "enganchar"in het Spaans

enganchar
01

aannemen, in dienst nemen

contratar a alguien para un trabajo o tarea 
enganchar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
engancho
3e persoon enkelvoud
engancha
onvoltooid deelwoord
enganchando
onvoltooid verleden tijd
enganchó
voltooid deelwoord
enganchado
Voorbeelden
La empresa enganchó a cinco nuevos empleados. 

Het bedrijf heeft vijf nieuwe werknemers aangenomen.

02

verslaafd raken, vast komen te zitten

volverse dependiente de una droga o sustancia 
Voorbeelden
Se enganchó a la cocaína. 

Ze raakte verslaafd aan cocaïne.

03

blijven haken, vast komen te zitten

quedar atrapado o enganchado físicamente en algo 
Voorbeelden
El abrigo se enganchó en la manilla de la puerta. 

De jas bleef haken aan de deurknop.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store