Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
embrujar
01
betoveren, beheksen
hacer un hechizo sobre alguien o algo para fascinarlo, encantarlo o influir mágicamente
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
embrujo
3e persoon enkelvoud
embruja
onvoltooid deelwoord
embrujando
onvoltooid verleden tijd
embrujó
voltooid deelwoord
embrujado
Voorbeelden
La película muestra cómo un espíritu logra embrujar a los protagonistas.
De film laat zien hoe een geest erin slaagt de protagonisten te betoveren.



























