Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
desolar
01
verwoesten
causar una gran destrucción a algo
Voorbeelden
La guerra desoló el país, dejando cicatrices profundas.
De oorlog verwoestte het land en liet diepe littekens achter.
02
bedroeven, wanhopig maken
causar gran angustia o tristeza a alguien
Voorbeelden
Su traición desoló a su familia por completo.
Zijn verraad bedroefde zijn familie volledig.



























