Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
debilitar
01
verzwakken
hacer que algo o alguien pierda fuerza, intensidad o eficacia
Voorbeelden
Las críticas constantes debilitan la confianza.
Constante kritiek verzwakt het vertrouwen.
02
verzwakken, uitputten
perder fuerza, energía o vitalidad de manera gradual
Voorbeelden
Tras horas de trabajo, el equipo se debilitó.
Na uren werk verzwakte het team.



























