Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
corroer
01
aantasten, langzaam vernietigen
destruir o dañar lentamente algo mediante un proceso químico o desgaste
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
corroo
3e persoon enkelvoud
corroe
onvoltooid deelwoord
corroyendo
onvoltooid verleden tijd
corroyó
voltooid deelwoord
corroído
Voorbeelden
El óxido corroe la estructura del puente.
Roest corrodeert de structuur van de brug.
02
aantasten, slijten
desgastar o erosionar algo gradualmente por fricción o uso constante
Voorbeelden
El constante roce de los zapatos corroía el cuero.
Het constante wrijven van de schoenen vrat het leer aan.
03
knagen, kwellen
afligir o atormentar a alguien mental o emocionalmente de manera continua
Voorbeelden
El recuerdo del accidente lo corroía por dentro.
De herinnering aan het ongeluk vreet hem van binnen op.



























