chispear

Definitie en betekenis van "chispear"in het Spaans

chispear
01

fonkelen, glinsteren

brillar con pequeños destellos o chispas de luz
chispear definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
chispeo
3e persoon enkelvoud
chispea
onvoltooid deelwoord
chispeando
onvoltooid verleden tijd
chispeó
voltooid deelwoord
chispeado
Voorbeelden
Sus ojos chispeaban de emoción.
Haar ogen schitterden van opwinding.
02

fonkelen, schitteren

emitir pequeñas chispas de luz o fuego
chispear definition and meaning
Voorbeelden
Los cables dañados chispeaban.
De beschadigde kabels vonkten.
03

motregenen

llover suavemente en forma de gotas muy finas
chispear definition and meaning
Voorbeelden
No llovía fuerte, solo chispeaba.
Het regende niet hard, het motregende alleen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store