Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El chisme
[gender: masculine]
01
gerucht, roddel
información no confirmada que se difunde entre personas
Voorbeelden
Los chismes se difundieron rápidamente en la oficina.
De geruchten verspreidden zich snel op kantoor.
02
ding, apparaat
objeto o cosa pequeña cuya función puede ser variada
Voorbeelden
No sé para qué sirve este chisme.
Ik weet niet waar dit ding voor dient.



























