Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
arrojar
01
gooien, پرتاب کردن
lanzar algo con fuerza o de manera violenta
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
arrojo
3e persoon enkelvoud
arroja
onvoltooid deelwoord
arrojando
onvoltooid verleden tijd
arrojó
voltooid deelwoord
arrojado
Voorbeelden
Arrojaron los documentos al fuego.
Ze gooiden de documenten in het vuur.
02
tonen, aangeven
indicar o revelar algo, especialmente un resultado o señal
Voorbeelden
La encuesta arroja conclusiones claras.
De enquête toont duidelijke conclusies.



























