apurar
apurar

Definitie en betekenis van "apurar"in het Spaans

apurar
01

afmaken, voltooien

terminar algo rápidamente o completarlo 
apurar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
apuro
3e persoon enkelvoud
apura
onvoltooid deelwoord
apurando
onvoltooid verleden tijd
apuró
voltooid deelwoord
apurado
Voorbeelden
Necesito apurar mi tarea antes de salir. 

Ik moet mijn huiswerk haasten voordat ik wegga.

02

aanzetten, duwen

hacer que alguien haga algo más rápido o con más energía 
apurar definition and meaning
Voorbeelden
El entrenador apuró a los jugadores durante el partido. 

De coach spoorde de spelers aan tijdens de wedstrijd.

03

haasten, versnellen

hacer que alguien se mueva más rápido o actúe con prisa 
Voorbeelden
Apura a los niños, que llegamos tarde. 

Haast de kinderen, we zijn te laat.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store