Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
apacible
01
vriendelijk, vredig
que es amable, tranquilo y no provoca conflictos
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
el más apacible
vergrotende trap
más apacible
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
apacible
mannelijk meervoud
apacibles
vrouwelijk enkelvoud
apacible
vrouwelijk meervoud
apacibles
Voorbeelden
El guía turístico es muy apacible con los visitantes.
De gids is erg apacible met de bezoekers.
02
vredig, kalm
que transmite tranquilidad, calma o serenidad
Voorbeelden
El lago estaba apacible al amanecer.
Het meer was rustig bij zonsopgang.



























