afligir
af
af
af
li
li
li
gir
ˈxiɾ
khir
incluirinfluirresumirasistir

Definitie en betekenis van "afligir"in het Spaans

afligir
01

bedroeven, verdrieten

causar sufrimiento, tristeza o angustia a alguien 
afligir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
aflijo
3e persoon enkelvoud
aflige
onvoltooid deelwoord
afligiendo
onvoltooid verleden tijd
afligió
voltooid deelwoord
afligido
Voorbeelden
La noticia de su enfermedad le afligió profundamente. 

Het nieuws van zijn ziekte bedroefde hem diep.

02

bedroeven

causar un gran sufrimiento o angustia, especialmente por un largo periodo de tiempo 
afligir definition and meaning
Voorbeelden
La enfermedad lo afligió durante meses. 

De ziekte kwelde hem maandenlang.

03

bedroefd raken, zich zorgen maken

ponerse triste, angustiado o preocupado por algo 
afligir definition and meaning
Voorbeelden
Se afligió mucho al escuchar la noticia. 

Hij was erg bedroefd toen hij het nieuws hoorde.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store