Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
acreditar
01
certificeren, bekrachtigen
confirmar la validez o autenticidad de algo mediante pruebas o documentos
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
acredito
3e persoon enkelvoud
acredita
onvoltooid deelwoord
acreditando
onvoltooid verleden tijd
acreditó
voltooid deelwoord
acreditado
Voorbeelden
El informe acredita los resultados del experimento.
Het rapport bekrachtigt de resultaten van het experiment.
02
accrediteren, bekrachtigen
dar validez, credibilidad o reconocimiento oficial a algo
Voorbeelden
El informe acredita la importancia del proyecto.
Het rapport bevestigt het belang van het project.
03
accrediteren, benoemen
nombrar oficialmente a alguien para un cargo o función
Voorbeelden
Se acreditó a varios expertos para el comité.
Verschillende experts werden geaccrediteerd voor de commissie.



























