Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
acallar
01
tot zwijgen brengen
hacer que algo o alguien deje de hablar o se quede en silencio
Voorbeelden
El profesor acalló a los estudiantes.
De leraar bracht de studenten tot zwijgen.
02
tot zwijgen brengen, sussen
hacer que algo como rumores, críticas o protestas deje de expresarse o difundirse
Voorbeelden
No pudieron acallar las críticas.
Ze konden de kritiek niet tot zwijgen brengen.



























